OMD

De Brusselse Open Monumentendagen vormen samen met de Erfgoeddag een jaarlijkse vaste afspraak voor Epitaaf vzw. Afhankelijk van de thematiek trachten we altijd deel te nemen met een thematische tentoonstelling in het atelier Salu en/of rondleidingen op het kerkhof van Laken of een andere Brusselse begraafplaats.

 

Natuur in de stad: 16 en 17 september 2017

 

 

Tentoonstelling: De funeraire betekenis van bloemen en planten

 

De symbolische betekenis die wij aan planten toekennen is misschien wel net zo oud als de mens zelf, ze zijn een welkome vertolker van gevoelens. De symboolwaarde van verschillende planten in de funeraire kunst en cultuur is zo alom tegenwoordig dat we er nog amper bij stilstaan. Ze suggereren het eeuwige leven, roem, trouw, kracht, hoop of onschuld. Honderden graftekens zijn getooid met acanthus, eikenblad, korenaren, klimop, lelies, laurier of olijf- en palmtakken…de roes verwekkende papaver op art nouveaumonumenten. Minstens evenveel graftekens tonen afgeknakte boomstammen, zijn getooid met kransen, omgeven door slangen of dienen als rustpunt voor arenden en duiven. Tijdens een thematische tentoonstelling in het voormalige atelier Salu zullen de bezoekers aan de hand van modellen, schetsen en tekeningen de funeraire betekenis van deze fauna en flora beter begrijpen. De eraan gekoppelde rondleidingen op het kerkhof van Laken tonen vervolgens de uitgewerkte voorbeelden op de grafmonumenten.

 

Meer informatie over de Open Monumentendagen 2017 te Brussel vind u hier

 

 

Stijlen gerecycleerd: 17 en 18 september 2016

 

Tentoonstelling : Keuze te over

 

De begraafplaats van Laken wordt gekenmerkt door een grote stijldiversiteit in de graftekens. De opdrachtgevers vonden hun inspiratie in modelboeken die een brede waaier aan vormen en stijlen tentoon spreiden. De ambitie om een uniek grafmonument tot stand te brengen en zo de persoonlijkheid en de status van de familie tot uiting te brengen stimuleerde ontwerpers (kunstenaars, architecten) om het beste van zichzelf te geven. De keuze van de stijl was zelden vrijblijvend en is in verband te brengen met de sociale en ideologische achtergronden van de opdrachtgever(s).

 

In de tentoonstelling worden graftekens in uiteenlopende stijlen belicht en kan de bezoeker kennis maken met het creatieproces dat achter een grafteken schuil gaat (tekeningen, maquettes, oude foto’s). De link naar de nabijgelegen begraafplaats en de daar aanwezige graftekens wordt gemaakt tijdens de rondleidingen. De tentoonstelling is tot stand gebracht in samenwerking met studenten van de Master Kunstwetenschappen van de Universiteit Gent. Zij kregen de opdracht om rond een selectie van graftekens posters uit te werken. Het onderzoek naar de vorm en de betekenis van de graftekens werd tot synthese gebracht in een paper. Het in tafofiel 032 opgenomen artikel over de grafkapel van de familie Vaxelaire is één van de behandelde graftekens.

 

Ateliers, fabrieken en kantoren: 19 en 20 september 2015

 

Tentoonstelling: Het fabricageproces van het atelier van grafmonumentenbouwer Ernest Salu

 

In de bloeiperiode van de grafkunst genoten de ateliers Salu grote faam. De basis van deze familiedynastie werd gelegd door Ernest Salu, die zijn opleiding kreeg bij beeldhouwer Guillaume Geefs. Hij was reeds in 1872 actief en liet, vlak bij het kerkhof van Laken, de ateliers bouwen die herhaaldelijk zouden worden vergroot tot hun definitieve sluiting in 1984. Aanvankelijk richtte het atelier zich vooral op exclusieve artistieke creaties die slechts voor een gegoede elite toegankelijk waren. Met de toenemende democratisering van de maatschappij werden grafmonumenten steeds meer ‘catalogusproducten’ en het atelier Salu leverde het nodige om aan deze vraag te voldoen. De grafsculpturen werden onder meer ingevoerd uit Carrara en in serie geproduceerde bronzen ornamenten werden gemeengoed op de kerkhoven. De imposante grafmonumenten, die de status van de overledene weerspiegelden, maakten plaats voor soberder grafstenen. Ondanks de neergang van de grafkunstcultuur zette het familiebedrijf de activiteiten voort, vooral gericht op restauratie en onderhoud.

 

De gebouwen waar de steenkappers destijds beitel en hamer hanteerden, zijn vandaag omgevormd tot het Museum voor Grafkunst van de vzw Epitaaf. Het archief van het atelier bewaart de getuigenissen van zijn gevarieerde activiteiten, in de vorm van schetsen, gipsen mallen en foto’s, maar ook administratieve documenten betreffende de verzorging van de grafmonumenten, zoals onderhoudscontracten en facturen voor bloemen en planten. Het uitstalraam van de winkel en de winkelpui met pilasters en gebeeldhouwd fronton, die een ode aan de hardsteen zijn, voeren de bezoeker mee in de wereld van de Salu-dynastie. Iets verder geeft een monumentaal portaal toegang tot een aangename wintertuin gebouwd in 1912. Achteraan liggen meerdere overvloedig verlichte ateliers die via een galerij in verbinding staan met de woning van de beeldhouwers.

 

 

Geschiedenis en herinnering: 20 en 21 september 2014

 

Omwille van het thema van de Open Monumentendagen, in 2014 “Geschiedenis en herinnering”, en het herdenkingsjaar van WO I, verlaten we de site Laken om het thema 14-18 op te zoeken op de begraafplaatsen van Elsene en Brussel (Evere).

 

De gemeentelijke begraafplaats van Elsene

 

Deze begraafplaats aan de Boondaalse Steenweg werd in 1877 in gebruik genomen. De architecten Edmond Le Graive en Louis Coenraets ontwierpen het oudste gedeelte, met een straalvormig grondplan dat uitwaaiert vanaf een met cipressen beplante rotonde. Een brede, met bomen beplante laan, geïnspireerd op de antieke Via Appia, verbindt deze rotonde met de monumentale toegang. Bij de uitbreidingswerken werd een tweede, zogenaamde ‘militaire’ rotonde aangelegd, met zowel monumentale en ingetogen oorlogsmonumenten die opgericht werden op concessies. Het midden van deze rotonde werd betekenisvol de ‘rustplaats van de martelaren’, omdat daar de burgerlijke oorlogsslachtoffers rusten. Deze rotonde ligt voor het grote militair ereperk, ingehuldigd in 1923, waar militairen van de twee wereldoorlogen begraven liggen, zowel Belgen als buitenlanders. Vier bronzen schildwachten, vervaardigd door Charles Samuel, Marcel Rau, Isidore De Rudder en Jules Herbays, waken over de rijen witte zerken die afsteken tegen hagen van gesnoeide taxus.

 

De begraafplaats van Elsene is bekend voor het grafmonument van de familie Solvay ontworpen door Victor Horta, maar ook voor die van generaal Boulanger, schrijver Charles De Coster, de schilders Antoine Wiertz en Marcel Broodthaers, componist Eugène Ysaÿe en de architecten Victor Horta en Paul Saintenoy.

 

Naast het historische aspect wordt stilgestaan bij de uiteenlopende aspecten van de funeraire cultuur en de erfgoedwaarde van graftekens. De rotonde van de militairen, die de rustplaats van de burgerlijke martelaars omringt en voor het ereperk ligt, leent zich bij uitstek voor een meerstemmige evocatie van de Eerste Wereldoorlog.

 

De leerlingen van de afdeling ‘woordkunst’ van de Académie de Musique d’ Ixelles zullen verhalen en getuigenissen brengen, terwijl de vereniging Epitaaf vzw stilstaat bij het funerair erfgoed.

 

Begraafplaats van Brussel

 

Omdat de bestaande begraafplaatsen te klein waren geworden, besloot het stadsbestuur van Brussel in 1874 een uitgestrekt terrein van 38 hectare aan te kopen langs de Leuvense Steenweg, op het grondgebied van de gemeente Evere, om er een nieuwe begraafplaats aan te leggen. De opdracht hiervoor werd toevertrouwd aan de Franse landschapsarchitect Louis Fuchs.

 

De robuuste ingangspaviljoenen in neo-Etruskische stijl werden ontworpen door architect Victor Jamaer. De stedelijke begraafplaats van Brussel bevat een indrukwekkend geheel van herdenkingsmonumenten van hoge kwaliteit, zoals het Engelse memoriaal voor de slag van Waterloo (een werk van Jacques de Lalaing), het Duitse memoriaal voor de soldaten van de Frans-Pruisische oorlog van 1870, het monument voor de strijders van de Belgische Revolutie van 1830, het Belgische militaire ereperk van de Eerste Wereldoorlog met zijn indrukwekkende erepoort ontworpen door François Malfait en Pierre Theunis, het Duitse militaire ereperk van de Eerste Wereldoorlog, de herdenkingsmuur van de gefusilleerden en het monument voor de slachtoffers van de brand in de Innovation in 1967.

 

Langs de beboomde lanen rusten bekende Brusselaars. Prominenten zijn gegroepeerd op de ‘rotonde van de burgemeesters’ met de graven van Charles de Brouckère, Jules Anspach, Karel Buls en Adolphe Max.

 

 

De kunst van het bouwen: 15 en 16 september 2012

 

De in 1880 ingehuldigde grafgalerijen op het kerkhof van Laken zijn uniek in het funeraire landschap.

 

Ze blijven echter al vele jaren gesloten voor kerkhofbezoekers. Op 3 april 2011 organiseerde Epitaaf vzw een exclusief en uitzonderlijk bezoek voor haar leden. De belangstelling was groot maar even groot was ook de verontwaardiging over het verval en de schijnbare onmacht van de verantwoordelijke instanties om daar iets aan te doen. De in 1997 als monument beschermde grafgalerijen waren nochtans het voorwerp van een grondig bouwfysisch onderzoek. De plannen voor restauratie van ORIGIN architecture & ingeneering waren klaar en zelfs al in 2003 goedgekeurd door de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.

 

Toen bleek dat de Brusselse Open monumentendagen 2012 in het teken zouden staan van “de kunst van het bouwen” was het voor Epitaaf snel duidelijk; dit was de uitgelezen kans om de grafgalerijen – uniek staaltje van ingenieurs-architectuur- in de kijker te plaatsen. Die aandacht – zo hoopte Epitaaf – zou misschien een duwtje kunnen zijn in de richting van de zo noodzakelijke restauratie.

 

Groot was dan ook de verrassing toen in juni 2012 het licht voor de restauratie op groen werd gezet en de werken in aanbesteding gingen. Epitaaf heeft zich met nog meer moed toegelegd op de voorbereiding van deze OMD. De geschiedenis van de Lakense en andere Brusselse grafgalerijen is nog nooit eerder het voorwerp geweest van een grondige studie.

 

In de tentoonstelling kan u kennis maken met unieke en nog nooit eerder getoonde documenten.

 

In de brochure (NL en FR editie) lichten wij al een tipje van de sluier van de rijke geschiedenis van de Lakense en andere Brusselse grafgalerijen. Deze brochure zal als speciale editie Tafofiel 014 aan de leden van Epitaaf daags na de OMD worden verstuurd.

 

 

Restauratie en Conservatie: 17 en 18 september 2011

 

Dit is een uitstekende gelegenheid om stil te staan bij de problematiek van conservatie en restauratie van het funerair erfgoed, aan de hand van verschillende restauratieprojecten waarbij Epitaaf vzw betrokken was.

 

In haar 26 jarig bestaan was Epitaaf vzw de aanvoerder van een aantal restauratieprojecten waarbij uiteenlopende aspecten van onderzoek en restauratie van het funerair erfgoed werden uitgediept. In de Nieuwsbrief konden de leden lezen hoe diverse restauratieprojecten van graftekens op het kerkhof van Laken werden aangepakt. Deze waren niet enkel belangrijk voor de specifieke graftekens, maar leverden ook kennis op voor volgende projecten. Enkele van deze restauraties worden in een tentoonstelling belicht. Zoals dat van het monumentale grafmonument van Ghémar, opgericht 1872 op het kerkhof van Laken voor de zusters Henriette (1820-1888) en Sophie-Elise (1829-1864) Ghémar. Het monument werd gemaakt naar een ontwerp van de gereputeerde, in Parijs gevestigde Albert Ernest Carrier-Belleuse (1824-1887).

 

Mogelijk nog belangrijker voor Epitaaf is het lopende restauratieproject van de voormalige ateliers van de grafbeeldhouwers Salu te Laken. Door een confrontatie van foto’s die Nadine Tassel maakte vlak voor de aanvang van de restauratie – inmiddels al bijna 20 jaar geleden – met de huidige toestand wordt duidelijk gemaakt hoe de transformatie van het atelier Salu tot museum voor grafkunst langzaam maar zeker vordert.

 

Epitaaf stelt ook alles in het werk om haar collectie gipsen in goede staat te brengen. Met het VIOE (nu agentschap Onroerend Erfgoed) werd een samenwerkingsverband gesloten, waarbij een aantal gipsen van de collectie professioneel worden gereinigd en gerestaureerd. In een visuele presentatie worden enkele uitdagingen van deze specifieke restauraties uitgelicht.

 

 

Steen & Co: 18 en 19 september 2010

 

De Brusselse open monumentendag 2010 staat in het teken van het materiaal steen en aanverwanten. Voor Epitaaf is dit de uitgelezen kans om een onderdeel van haar collectie in de aandacht te brengen voor het grote publiek.

 

EPITAAF PLAATST GRANIET IN DE KIJKER

 

In 2002 werd het voormalig atelier van steenhouwer‐aannemer Emile Beernaert aan de begraafplaats van Elsene afgebroken. De gipsen en plannen die er nog aanwezig waren werden in veiligheid gebracht en vonden een onderkomen bij Epitaaf vzw in de voormalige ateliers van Salu. Eén van de pronkstukken van het huis Beernaert was een stalenkast waarin een 150‐tal GRANIETSOORTEN worden tentoongesteld. Deze stalenkast neemt Epitaaf vzw als uitgangspunt om het publiek te laten kennis maken met dit uitzonderlijke materiaal dat in de funeraire kunst zijn opgang maakte tijdens het fin de siècle om bijzonder populair te worden aan het begin van de 20ste eeuw en tijdens het interbellum.

 

In een filmmontage geeft Lode De Clercq uitleg bij de technische aspecten van het materiaal. Bénédicte Verschaeren geeft toelichting bij de toepassing van graniet op de begraafplaats van Elsene, waar ondermeer het monument voor de familie Solvay naar ontwerp van Victor Horta een kroonstuk is. De filmmontage is rijk gestoffeerd met archiefmateriaal (foto’s, tekeningen) uit de verzameling van Epitaaf. Uiteraard kunnen de bezoekers ook kennis maken met de stalenkast zelf en met collectiestukken van Epitaaf vzw die verband houden met het thema.

 

GEEN STEEN ZONDER GIPS

 

Onze trouwe bezoekers en leden weten intussen dat Epitaaf vzw een niet onbelangrijke collectie gipsen modellen (Salu, Beernaert, Houtstont) in haar bezit heeft. Dat onze atelierruimte ook dienst doet als ruimte waar restauraties van gipsen modellen worden uitgevoerd is veel minder bekend. Sinds geruime tijd staat in het atelier een opstelling van twee (nog niet volledig) gerestaureerde gipsen reliëfs van de hand van beeldhouwer Pieter Braecke. Ook deze gipsen plaatsen wij tijdens de Open Monumentendagen in de kijker, met toelichting van Marcel Celis en restaurator Els Jacobs.

 

PIETER BRAECKE (1858‐1938)

 

Geboren in het West‐Vlaamse Nieuwpoort als zoon van een wagenmaker en een herbergierster werd Braecke tot beeldhouwer opgeleid aan de Academies van Brugge (bij Henri Pickery) en Leuven (bij Gerard Vander Linden). Hij was 2de laureaat van de Grote Prijs van Rome aan de Academie van Antwerpen in 1882. Nadien liep hij stage bij ornamentist Georges Houtstont en beeldhouwer Paul De Vigne in Brussel. Pieter Braecke zal zijn hele verdere leven slijten in zijn buitenverblijf in Nossegem en zijn atelier in de Brusselse Noord‐Oostwijk.

 

Het omvangrijk oeuvre van Pieter Braecke telt een aanzienlijk aantal herdenkingsmonumenten, waaronder het Remy‐gedenkteken in Leuven (1899), het monument voor de letterkundige Camille Lemonnier in Brussel en de oorlogsgedenktekens van onder meer Oostende, Aarschot, Tongeren en Nieuwpoort.

 

Opmerkelijk zijn een tiental grafmonumenten, ondermeer op de begraafplaatsen van Sint‐Jans‐ Molenbeek, en deze van Brussel (Evere) en Sint‐Joost‐ten‐Noode (voor zijn vriend‐beeldhouwer Guillaume Charlier). Als persoonlijke bijdrage aan de wederopbouw na WO I, maar ongetwijfeld ook ter bestendiging van zijn reeds bij leven deels verdwenen oeuvre, zou Pieter Braecke tussen 1905 en 1928 afstand doen van een aanzienlijk deel van zijn gipsmodellen, ten gunste van zijn geboortestad Nieuwpoort. Het resultaat van de zoektocht van Catheline Metdepenninghen en Marcel Celis naar restanten van deze uitzonderlijke collectie, zal dit najaar het voorwerp uitmaken van een uitvoerig en rijkelijk geïllustreerd M&L Cahier.

 

Intussen kon dank zij de inzet van het stadsarchief van Nieuwpoort, een samenwerkingsakkoord worden gevonden met het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) voor de restauratie van alvast twee, zeer zwaar beschadigde gipsmodellen, waaronder een indrukwekkend hoogreliëf en mogelijks het grafteken voor de Molenbeekse kunstschilder Alexandre Hannotiau (1865‐1901). De interventie loopt in de werkplaatsen van het voormalig beeldhouwersatelier Ernest Salu, in Laken.